Door Anjelica Boogert.

Het werk van een bedrijfsarts: tijd voor een ander geluid!

Anjelica – Bedrijfsarts en blog is geen gelukkige combinatie. Dat merkte ik bij de voorbereiding van deze blog. Google maar eens op “bedrijfsarts en blog”. Ik kan je zeggen, daar word je niet vrolijk van. Wat een ellende, weerstand en aversie tegen de bedrijfsarts komt er dan naar boven.  Als ik dit had gelezen, voordat ik solliciteerde bij Arbo Unie was ik er waarschijnlijk nooit aan begonnen. Want wie wil er nou een vak waar zo veel antipathie tegen is? Maar tegelijkertijd maakt mij dit ook strijdlustig: want hoe kan het nou dat ik met plezier naar mijn werk ga en het gevoel heb dat ik echt iets kan betekenen voor werknemers en werkgevers maar dat er tegelijkertijd zo’n beeld heerst over wat ik doe? Tijd dus om tussen dit rijtje negatieve blogs een ander geluid te laten horen van een bedrijfsarts in opleiding.

Hoezo saai?

Naast de negatieve stukken die ik aantrof, heerste (en heerst denk ik) er tijdens mijn opleiding tot arts ook een saai beeld van een bedrijfsarts die alleen maar zieke werknemers spreekt. Maar mijn dag is zoveel meer dan dat. En zo simpel zijn die spreekuren niet. Natuurlijk moet ik hier niet een geromantiseerd beeld gaan neerzetten van bloed, actie en heroïsche avonturen, maar het werk is zeker heel uitdagend! Alleen dat zit hem niet in reanimaties of heldhaftige operaties, maar in het werken in het speelveld en met tijden ook het spanningsveld tussen werknemers en werkgevers waarbij communicatie je belangrijkste tool is. Ik vind het een voorrecht dat ik mij elke dag mag verdiepen in de mens in al zijn veelzijdigheid. In mijn optiek een van de belangrijkste en charmantste aspecten van dit vak.

Samen zoeken naar mogelijkheden

Wat maakt mijn werk boeiend, vraag ik mij regelmatig af. Naast de grote veelzijdigheid van dit vak, zoals de variatie aan ziektebeelden, de diversiteit van functies (bijvoorbeeld van fabrieksmedewerker, tot directeur tot leerkracht), is het juist hoe verschillend mensen omgaan met hun ziekte of aandoening. Maar ook wat hun drijfveren en motieven zijn en hoe werkgevers hier mee omgaan. Daarin kunnen wij als het bedrijfsartsen het verschil maken. Ik vraag tijdens mijn spreekuur van alles uit op het gebied van de persoon, sociale omgeving, het werk en kijk waar er eventueel dingen zitten waarom zaken niet soepel lopen en ga daarmee aan de slag.  Ja, we werken in een bepaald spanningsveld. Maar dat jij hierin wat kan betekenen als arts en onafhankelijk adviseur en dat er soms maar weinig nodig is om werkgever en werknemer er samen uit te laten komen, is wat mij betreft juist het aantrekkelijke van mijn vak. Het samen zoeken naar mogelijkheden in plaats van beperkingen, het kunnen aanreiken van handvaten waar zij zelf mee aan de slag kunnen gaan; daar krijg ik energie van.

Hoera: geen diensten!

Los van de uitdagingen van het spreekuur ben ik op mijn werkdag ook veel in overleg met HR of leidinggevenden, met curatieve collega’s zoals huisartsen, psychologen of collega’s binnen mijn eigen werkveld zoals arbeidsdeskundigen of ergonomen. Samen een plan maken om de desbetreffende werknemer in beweging te krijgen en zelf aan de slag te gaan, te motiveren, te coachen of simpelweg alleen te monitoren omdat iemand het heel goed zelf kan, dat is toch mooi? Als ik dan zie dat ik maar net de olie was om het geheel weer in beweging te krijgen, dan ga ik met een blij gevoel naar huis met nog een avond voor me om aan mijn eigen ontspanning toe te komen (hoera voor geen diensten!).

In beweging

Terwijl ik dit stuk schrijf, besef ik dat er nog zoveel meer is waarover ik kan schrijven wat dit werk nu zo leuk maakt.  Bij toeval kom ik een quote tegen die een deel van mijn werk samenvat.

If you can’t fly, then run.
If you can’t run, then walk.
If you can’t walk, then crawl.
But whatever you do,
you have to keep moving forward
Martin Luther King Jr

Kortom: het zoeken naar wat nog wel kan in plaats van niet meer kan, het in beweging blijven en eigen regie hebben om daar als bedrijfsarts een rol in te kunnen hebben, vind ik het mooiste en positiefste werk wat er is.

Wil je meer weten over het werk als bedrijfsarts? Neem gerust contact met op met Anjelica. Zij kan jou ook meer vertellen over een leuk traineeship, speciaal voor mensen die bedrijfsarts willen worden.

 

 

 

 

Worden wie je bent is belangrijk voor het worden van een goede dokter

Door Mia. Tijdens de studie en daarna pogen we ziekten en hun ontwikkeling te begrijpen. Bij onze persoonlijke ontwikkeling staan we echter minder stil. Wel zijn we veel bezig met ‘de volgende stap’. Waar ga ik werken? Ga ik promoveren? Hoe kom ik in opleiding? En als ik er dan ben, waar word ik staflid?

De volgende stap bepalen die past bij jou gaat het makkelijkst als je ook weet wat je wil. Weten wat je wil, komt voort uit weten wie je bent. En wat je goed kan. Je bewust worden van wie je bent, wat je kan en wat je wil helpt niet alleen in het maken van keuzes. Het biedt ook de handvaten om je omgeving te vormen naar wat jij wil en nodig hebt. Dit leidt tot meer tevredenheid en geluk.

Maar ik ben me toch van mijn ontwikkeling, hoor ik je denken. Dat gaat toch vanzelf? Niet helemaal. Weten waar je staat vergt het stellen van andere vragen. En reflectie, veel zelfreflectie. Dat is niet zo  vanzelfsprekend in een druk en chaotisch leven. Daarom ga ik in deze reeks blogs de vragen die ik mijzelf stel, hardop op papier stellen.

 

Vraag 1: Ben je arts, of werk je als arts?

We hebben het eigenlijk altijd over dokter ‘worden’ of ‘zijn’. Deze uitspraak letterlijk nemende, zou betekenen dat je niet gaat werken als dokter, maar dokter wordt. Dit lijkt semantisch, maar gaat verder dan dat. Naast het beschrijven van het letterlijke proces (geneeskunde, coschappen, aan de slag als arts),  impliceert het een identiteitsverandering. Je wordt iets, waarschijnlijk anders dan je nu bent. Maar, wat gebeurt er dan met wie je nu bent? Blijft de persoon die je nu bent bestaan in die uren waarin je niet werkt? Of worden deze twee identiteiten één?

‘Dokters zijn nét mensen’ heb ik vaak gehoord in mijn korte carrière. Ik heb deze uitspraak nooit helemaal begrepen. Alsof dokters bovenmenselijk zijn in hun witte jas. En dus op dat moment niet mens. Mijns inziens is een belangrijk deel van het artsenvak de menselijke component kunnen bewaken in een situatie waarin deze soms ver te zoeken is. Juist door zelf menselijkheid te tonen.

Toch zie ik jonge dokters om mij heen een andere identiteit aannemen zodra zij hun witte jas aantrekken. Op zich logisch, het ziekenhuis en de doktersjas in specifiek, is een plek waarin het verleidelijk is je net iets anders voor te doen dan je bent. Ten eerste, wil je laten zien dat je geschikt bent. Je moet ballen hebben om tegen de persoon die jou in opleiding kan helpen je twijfels of onzekerheden te uiten, laat staan ontevredenheid uit te spreken. Ten tweede, heb je een professionele rol. De scheidslijn tussen professie en persoon is soms lastig. Mag je huilen waar een patiënt bij is? Mag je laten zien dat je het eigenlijk ook niet weet?

Over deze vragen zijn de meningen verdeeld. Mijns inziens komen ze neer op één hoofdvraag, namelijk: ‘hoe wil ik zorg leveren?’. Deze vraag beantwoorden is een persoonlijk, essentieel proces die parallel loopt aan de medisch inhoudelijke ontwikkeling. Dit gaat niet vanzelf. Toch hebben we het er weinig over met elkaar. We nemen aan dat iets gewoon heel vaak doen maakt dat we het kunnen, zoals met een motorische vaardigheid. Persoonlijke ontwikkeling vereist reflectie.

En reflecteren helpt jou jezelf te leren zijn in je witte jas. Als jij jezelf bent, maak je op jouw manier contact met patiënten en collega’s. Focus je alleen op het medisch inhoudelijke en laat je wie je bent buiten beschouwing, speel je eigenlijk een rol. Naast het feit dat anderen dit probleemloos aan kunnen voelen, heb je er zelf last van. En wordt je ongelukkig. Of burnout.

In conclusie, we zijn mens en werken als arts. Maar hoe we die rol als arts invullen is aan ons. ‘Dokter worden’ gaat over het samenbrengen van wie je bent als mens met je professionele rol. Dit is een proces die aandacht nodig heeft. En reflectie. Zo voorkom je dat je dokter wordt en jezelf erin verliest.

De Jonge Dokter presenteert: workshop persoonlijke effectiviteit.

We vinden efficientie belangrijk. We willen zoveel mogelijk doen, in zo weinig mogelijk tijd. Wat nou, als we ook effectief werden?

Deze workshop gaat over het verhogen van je persoonlijke effectiviteit. We doen dit aan de hand van onderwerpen waar jij als jonge dokter tegen aanloopt, zoals: weerstand, omgaan met lastige mensen en tijdsdruk.  Ben je geinteresseerd? Op 5 september a.s. vindt de eerste avond plaats, je kan je hier inschrijven.

Door WouterIn de deel 1 van deze reeks liet ik het al een beetje doorschemeren: timemanagement gaat niet alleen over het goed indelen van je tijd, maar voor een groot deel ook over het leegmaken van je hoofd. Je krijgt zo weer ruimte in je hoofd voor de dingen waar je op dat moment mee bezig bent. Het belangrijkste hierbij is dat je álles opschrijft wat je moet/wilt doen en dat je zeker weet dat je terugkomt bij de plek waar je dingen opschrijft. Ontbreekt één van deze voorwaarden dan is het moeilijk uit je hoofd te zetten doordat je er niet zeker van kunt zijn dat je iets niet vergeet. Schrijf vooral ook niet alleen de dingen op die je moet doen, maar ook de dingen die je wilt doen. Uiteindelijk wil je rust krijgen in je hoofd doordat je weet dat je niets gaat vergeten. Dingen die je wilt doen nemen ook ruimte in, opschrijven dus. Tot zo ver de recap.

Van opschrijven naar uitvoeren

Takenlijstjes zijn mooi en kunnen helpen, maar bieden heel vaak nog niet de uitkomst die we willen. Het levert, bij mij in ieder geval, vaak een vorm van uitstelgedrag op (klik hier voor een prachtig TED-filmpje over procrastination). Het opschrijven van de dingen die ik moet doen zorgt er voor dat ik dingen niet/minder snel vergeet. Het helpt alleen niet bij het gedaan krijgen van deze dingen. Twee trucjes kunnen helpen om de stap te maken naar dingen gedaan krijgen: de twee-minuten regel en het bepalen van next actions.

Kun je iets binnen twee minuten doen? Doe het direct!

Sommige dingen zijn eigenlijk te klein om bij je te houden. Als opschrijven of er over nadenken net zoveel tijd kost als een actie zelf is het beter om datgene direct uit te doen. Om hier een onderscheid in te maken is een cut off  van een minuut of twee handig. Twee minuten tijd heb je eigenlijk altijd wel. Niet treuzelen. Ook al heb je geen zin, toch doen. Het in je hoofd houden van al deze kleine dingen kosten namelijk ook energie. En in totaal kost dit meer energie dan die twee minuten elke keer doordat het je hoofd op de achtergrond bezighoudt. Door de twee-minuten-regel aan te houden verminder je de achtergrondruis in je hoofd. Deze ruis is er altijd, maar je pas echt opvallen als deze minder wordt. Dat ene receptje? Direct uitschrijven dus. Die korte vraag aan die neuroloog die je nog wilde stellen? Direct voor bellen. Heb je juist het gevoel dat je dit de hele dag aan het doen bent? Kijk dan waar dit vandaan komt. Komt het uit jezelf of doordat je vaak gestoord wordt? De eerste ligt mogelijk aan het stellen van prioriteiten (dit komt terug in de volgende blogs), de tweede kun je voor kijken of je afspraken voor kunt maken. Vraag anderen hun kleine (niet belangrijke) dingen op te sparen om ze zo in één keer te kunnen doen. Dit is ook voor hen efficiënter.

Rust in je hoofd door het bepalen van next actions

Als je alles perfect opschrijft denk je aan dingen. Om dingen gedaan te krijgen moet je echter ook over dingen denken. Je moet ze immers doen. Soms heb je de tijd niet om iets direct te doen. Dan kan het al rust geven om te starten met het bepalen van de volgende stappen, i.e. het bepalen van next actions. Zo wordt wat je moet doen kleiner en behapbaarder en is de kans dat áls je wat tijd hebt je het ook doet. Als je er op dat moment nog  over moet denken wat je eigenlijk moet gaan doen is de drempel groter. Als ik op schrijf ‘Literatuur onderzoek doen voor artikel’ zie ik een berg werk. Schrijf ik daarentegen ‘PubMed search doen om literatuuronderzoek te starten voor artikel’ dan is dat al een stap concreter. Nog concreter is zelfs ‘Bedenken van PubMed key words (…)’ om zo precies te weten wat ik moet doen. Heb ik dit gedaan dan bepaal ik (pas) de volgende stap.

Verleidelijk is om gelijk bij het opschrijven tot dit concrete level te willen komen. Het risico bestaat dan dat je iets niet meer opschrijft doordat je over een next action vaak al even over na moet denken. Zelf gooi ik daarom alles in een verzamel Inbox en zoek het later uit. Dit uitzoeken doe ik op dode momentjes tussendoor, als ik sta te wachten op de trein bijvoorbeeld. Zo kan ik toch snel iets neerkalken als ik me iets bedenk zonder er goed over na te moeten denken. Zie voor meer hierover ook de vorige blog.

Wrap-up in stappen

Het geheel komt dus ongeveer op het volgende neer:

Je bedenkt je iets wat je moet doen.

In de volgende blog zullen we de overstaap maken naar het ‘klassieke’ timemanagement. Hoe ga je om met je tijd als je het druk hebt en hoe kies je wat je eerst gaat doen: prioriteren en timeboxen.

 

Mis je dingen of heb je aanvulling? Laat het dan weten zodat ook anderen hiervan kunnen profiteren. Mail naar wouter@dejongedokter.nl.

We have taken off.

Wij zijn aan het nagenieten van een ontzettend bijzondere middag. 24 November volgt ons volgende evenement: het Foutenfestival. Save the date!

Samen met Kinase mochten gister de eerste acht jonge dokters starten met een loopbaancoachingstraject van een jaar. Gaaf hoeveel enthousiasme hiervoor is 🙂

In zes sessies worden deze jonge zorgconsultants en dokters geleid door de vragen ‘Wie ben ik? Wat wil ik doen? en Hoe ga ik dit aanpakken?’.

De instroom voor deze groep is hiermee gesloten. Lijkt dit je ook wat? Laat het ons dan weten door je in te schrijven voor onze nieuwsbrief op www.dejongedokter.nl of te mailen naar info@dejongedokter.nl. Dan houden we je op de hoogte als er weer nieuwe groepen starten.

Zaterdag 30 juni vond het eerste symposium plaats. The start of an era. Edward Nieuwenhuis (Medisch manager WKZ) gaf een prachtige speech aan de hand van drie citaten met betrekking tot de vragen ‘wie ben ik?’, we gingen met z’n allen over de streep, deden workshops en leerden honderd nieuwe dingen over de toekomst van Martijn Aslander (Internationaal spreker en technologie filosoof). Het was een symposium waar openheid en eerlijkheid centraal stond. We zijn trots.

Medisch Contact was erbij, lees hier het artikel. 

 

In samenwerken met de zorgconsultants van Kinase mogen we een bijzonder cadeau weggeven: een loopbaancoachingstraject van een jaar!

Je bent ambitieus en wilt wat bereiken. Goede keuzes maken en goed voor jezelf zorgen is dan belangrijk. Saskia Palmen (psychiater en coach) en Riette Petter (Change facilitator bij FrieslandCampina en coach) helpen je in 6 groepssessies verder met vraagstukken die jou bezighouden.

Mail naar info@dejongedokter.nl met als onderwerp “Coachingstraject winnen” en wie weet win jij één van de drie trajecten!

Let wel op! De eerste sessie is op 4 juli om 19:00 in Bussum.

 

www.kinase.nl

Lennart is teamlid van De Jonge Dokter en ANIOS op de intensive care in het Radboud. Het bij elkaar brengen en vertegenwoordigen van jonge dokters en de toekomst van de zorg houdt hem daarnaast ook bezig.

Ook Lennart zal 30 juni aanwezig zijn. Wil je er ook bij zijn? Koop hier je kaartje en maak het mee. https://shop.ikbenaanwezig.nl/tickets/event/the-launch

Nieuwsgierig, maar heb je nog vragen? Kun je niet, maar wil je toch meer info? Mail dan naar: info@dejongedokter.nl

 

Dit is Rosa. Teamlid van De Jonge Dokter. Zij is ANIOS cardiothoracale chirurgie én houdt zich bezig met de situatie van jonge dokters en de toekomst van de zorg.

Zij is erbij op 30 juni. Jij ook? Koop hier je kaartje en maak het mee.
Nieuwsgierig, maar heb je nog vragen? Kun je niet, maar wil je toch meer info? Mail dan naar: info@dejongedokter.nl of schrijf je in voor de nieuwsbrief.