Mia is één van de oprichters van De Jonge Dokter en liep de afgelopen maanden haar laatste coschap. Hieronder volgt een blog van één van haar observaties.

Op dagen zoals deze zien wij allemaal de zon niet. Wel verdrinken we in het TL licht van het ziekenhuis, dat scherp weerkaatst op het wit van de pakjes van de werknemers. Alsof iemand ooit heeft gedacht: laten we de meest donkere plek op aarde zoveel mogelijk onnatuurlijk licht geven. Alsof het de zorg wat minder zwaar maakt.

Na twee jaar vrijwel niet in het ziekenhuis te zijn geweest, maak ik weer deel uit van de routine. Het voelt alsof ik een oude liefde ben tegengekomen en we opnieuw besloten elkaar vaker te zien. Alles komt terug. De geur van de handalcohol, de polsbandjes om de verrimpelde handen die een leven hebben geleefd maar hier de patiënt op kamer vijf zijn. Het dubieuze donkere water uit het koffiezetapparaat en de afwezigheid van stilte.

Ook de mooie dingen komen terug. Een klein gebaar of intiem moment dat iemand weer herinnert aan menselijkheid, het aangezicht van een gebouw waar alle meubelstukken op wieltjes staan. De eindeloze kennis die we nooit helemaal zullen bezitten maar wel delen. Het continu aanwezige gevoel er bijna te zijn.

Eén van de situaties die mij bij is gebleven is de ochtendoverdracht op de woensdag uit mijn eerste week. Twee jonge dokters dragen alle patiënten van de intensive care over aan de dagdienst. Hartchirurgen, intensivisten, anesthesisten, verpleegkundigen en iedereen in opleiding kijken naar schermen met grafieken, röntgenfoto’s en cijfers. Patiënt één gevolgd door patiënt twee, gevold door een patiënt drie, deels onverwachts, die nacht overleden is. Daar was plots de altijd afwezige stilte. Er volgden reacties, vragen en verontwaardiging van de medisch specialisten aan de overkant van de tafel. De rest zweeg. De reacties waren invoelbaar, iedereen was geschrokken. Iedereen voelt zich in meer of mindere mate verantwoordelijk. Iedereen wil het gevoel hebben alles te hebben gedaan. Een patiënt, een mens, laten gaan is niet waar we voor hebben geleerd.

De jonge dokters van de nachtdienst gaven zo goed als ze konden antwoord. Het was duidelijk dat de nacht hen naast vermoeid, onzeker had gemaakt. Ze hadden hun best gedaan, iets wat in de zorg vaak voor lief genomen wordt.

Ik besef me dat een overdracht in de kern een zakelijke aangelegenheid is. Twee mensen, dokters met nachtdienst, zorgen voor mensen, patiënten. De overdracht van die zorg vereist precisie. Echter kunnen die twee dokters alleen iets overdragen als zij ook iets hebben gedragen. En ik denk dat er maar een deel van hetgeen zij dragen ook daadwerkelijk wordt overgedragen. Namelijk het medisch zakelijke deel; de labwaarden, geprikte drains, medische beslissingen en administratie. Maar dit weegt lang niet zo zwaar als de verantwoordelijkheid, onzekerheid, stress en emotionele uitputting. Dit is het persoonlijke deel van de overdracht dat niet wordt overdragen. Dit is het deel dat deze jonge dokters weer met zich mee naar huis nemen.  Dag na dag, jaar na jaar. Tot ze over tien jaar aan de andere kant van de zaal zitten en geen ruimte op hun schouders hebben voor het emotionele deel van de overdracht van de nieuwe jonge dokters.

Toch hoop ik dat er iemand is geweest die de jonge dokters van die woensdag heeft vastgepakt, aangekeken en heeft gevraagd hoe het voor hen was, hoe het met hen was. En daarmee het laatste deel van de overdracht van hun schouders af deed glijden. Zodat zij als zij naar buiten lopen, begroet worden door het echte licht.