, ,

Wanneer was jij voor het laatst trots op jezelf?

Waarom we niet durven te zeggen dat we trots zijn op onszelf (en dan ook de complimenten afwijzen)

 

Mijn zus werkt met 0-3-jarigen, de kleinsten onder ons die hun dagen vullen met het stapelen van voorwerpen en zelfstandig leren plassen. Onlangs liet zij mij een filmpje zien die mij deed realiseren hoe erg ik deze kleine mensen onderschat en hoeveel wij van ze kunnen leren. In het filmpje staat Timo, één van deze kindjes, alle glazen keurig in de kast te zetten, waarna hij zijn handjes afveegt aan zijn schort en hardop zegt: “goed van mij”. Hij had uit intrinsieke motivatie iets gedaan en zichzelf hierop gecomplimenteerd. Hij was trots.

 

Hoe komt het dan dat de slimme, succesvolle, jonge, bevlogen dokters, die uit intrinsieke motivatie dokter werden, zichzelf nauwelijks complimenteren? Ik kon me niet herinneren wanneer ik voor het laatst “goed van mij” had gezegd. Ondanks alle externe goedkeuring in de vorm van titels, tevreden patiënten, beurzen en erkenning van vrienden en familie. Zijn wij trots zijn  verleerd? Of durven we het niet uit te spreken?

 

Veel van ons hebben last van het “imposter syndrome”. Dit fenomeen beschrijft de angst “dat men erachter gaat komen dat je het misschien toch allemaal niet kan”. Dit vind ik fascinerend. Want hoe, vraag ik mij af, zou dat dan in zijn werk gaan? Belangrijker nog, waarom is het aan iemand anders om te bepalen of jij iets wel kan? Waarom kan het niet zo zijn dat iemand misschien vindt dat jij iets niet kan maar jij toch wel?

 

Dit is de crux van onze het-heel-goed-doen-maar-onzeker-zijn-complex. Wij leggen de goedkeuring van ons kunnen, en soms zelfs van ons zijn, bij de ander. We vrezen het moment waarop iemand iets van ons niet goed vindt terwijl wij eigenlijk trots waren. Dus zijn we liever helemaal niet trots, ondanks al onze verzamelde externe goedkeuring, en bagatelliseren we de complimenten. Alsof een compliment aannemen betekent dat je het ermee eens, en dus misschien niet bescheiden, bent.

 

Dit creëert een afhankelijkheid van externe goedkeuring. Dit is begrijpelijk maar ook gevaarlijk. Begrijpelijk, omdat we leven in een wereld waarin we niet trots zijn op trots, zeker niet op jezelf gerichte trots. Bovendien geloven we dat hard werken van binnenuit beloond wordt met goedkeuring van buiten (als ik heel hard werk, word ik wel specialist). Dit is gevaarlijk, omdat niet sec hard werken maar het eindproduct beloond wordt (je kunt ook heel hard werken of goed zijn en niet in opleiding komen). Dit eindproduct wordt beoordeeld. En deze beoordeling is altijd, in meer of mindere maten, subjectief. Met andere woorden, wij hebben geen controle op de goedkeuring. We laten het aan iemand anders over te bepalen of wij er mogen zijn. Zonde. Op deze manier blijven heel veel bijzondere mensen met authentieke kenmerken en vaardigheden, onzichtbaar en onzeker.

 

Toen ik mij, dankzij kleine Timo, realiseerde dat ik dit deed ben ik een boekje bij gaan houden. Elke dag voordat ik ga slapen schrijf ik drie dingen van die dag op waar ik trots op ben. Ook en juist op de dagen waarop ik denk dat ik er geen kan bedenken. Zo blijf ik ondanks vervelende ervaringen de mooie dingen zien. En is het aan mij, om te bepalen of ik trots ben.

 

Wanneer was jij voor het laatst trots op jezelf?